Vriendschap, wat als het niet vanzelf gaat?

De eerste dag van kamp; niemand kent elkaar nog en je weet niet wat je te wachten staat. Super spannend! Het eerste contact wordt gelegd met de mentorgenootjes tijdens de rondleiding, de eerste grapjes worden gemaakt tijdens de kennismakingsspelletjes en aan het einde van dag één hebben de meeste kinderen toch wel een maatje voor die dag gevonden. Soms is dit blijvend voor de gehele kampweek, soms wisselt dit per dag. Iedereen heeft behoefte aan contact met anderen, de één wellicht meer dan de ander maar bijna niemand vindt het fijn om altijd alleen te zijn.

Vriendschappen horen, in principe, bij het leven. Uit onderzoek is gebleken dat het hebben van echte vriendschappen zelfs gelukkiger maakt. Kindervriendschappen helpen bij het ontwikkelen van het zelfvertrouwen en de sociale vaardigheden van je kind. Kindervriendschappen komen en gaan (beste vriendjes kunnen soms met de dag verschillen) en van elke vriendschap leert je kind weer iets. Samenwerken, delen, grenzen aanvoelen, luisteren naar de ander, emoties herkennen, inleven in de ander; je kind ontwikkelt zich continu en het positieve contact met anderen helpt ook in het weten wie je zelf bent en waar jouw krachten en kwaliteiten liggen.

Leuk om te weten is dat vriendschap op elke leeftijd een andere functie heeft. Zo kiezen kinderen tot en met groep 4 nog vooral kinderen uit met dezelfde interesses en worden vriendjes op die leeftijd nog makkelijk ingewisseld na bijvoorbeeld een ruzie. In groep 5 en 6 zijn gedeelde interesses nog net zo belangrijk en gaan kinderen steeds meer met elkaar delen door middel van logeerpartijtjes, op dezelfde sport gaan of dezelfde dingen verzamelen. Er ontstaan vriendengroepjes en kinderen leren conflicten op te lossen in plaats van hun vriendje in te wisselen als het even niet zo lekker loopt. Vanaf groep 7 is de vriendschap meer gebaseerd op dat je elkaar nodig hebt en dat je er voor elkaar bent. Geheimen worden gedeeld en tips voor lastige situaties worden onderling uitgewisseld. Meisjes kletsen op deze leeftijd meer met elkaar, jongens doen juist meer dingen met elkaar.

Natuurlijk willen wij allemaal dat ons kind vrienden heeft en zelfverzekerd en gelukkig is, maar wat als dit allemaal niet zo vanzelf gaat? Wat als jouw kind het lastig vindt aansluiting te vinden in de klas? Wat als jouw kind geen speelafspraakjes heeft na school? Wat als jouw kind nooit wordt uitgenodigd voor verjaardagsfeestjes van klasgenoten? Wat kun jij als ouder hierin voor je kind betekenen?

Het belangrijkste is om er altijd voor je kind te zijn. Geef hem of haar de ruimte om zijn/haar verhaal kwijt te kunnen en troost je kind als hij/zij daar behoefte aan heeft. ‘Er zijn’ is vaak al genoeg! Samen kunnen jullie kijken naar mogelijke oplossingen voor deze lastige situatie. Kijk naar met welke kinderen jouw kind vrienden wil zijn en waarom. Zijn deze kinderen de meest handige of zou je kind misschien beter aansluiting kunnen zoeken bij andere kinderen? Gedeelde interesses zijn hierin vaak handig.

Kijk vervolgens samen naar hoe je kind contact kan maken (oefen dit thuis!) of aan wie hij of zij hulp zou kunnen vragen hierbij. Bedenk samen een motiverende gedachte voor als het spannend is, bijvoorbeeld "ik ben leuk zoals ik ben"; of "iedereen vindt op iemand afstappen spannend, ik doe het gewoon!". Als het niet meteen lukt is dat vervelend maar helemaal niet erg, je kind heeft het in ieder geval geprobeerd! Geef hier complimenten voor en kijk samen naar hoe het de volgende keer anders kan. Geef je kind ook mee dat hij of zij niet iedereen even fantastisch vindt dus dat het ook heel logisch is dat niet iedereen hem/haar even leuk vindt. Dit is heel normaal en hoort bij het leven.

Soms helpt het om met je kind een teamsport te zoeken en hem/haar hiervoor op te geven. Zo kan hij/zij in een andere setting oefenen met de sociale vaardigheden en hopelijk aansluiting vinden met nieuwe kinderen. Leuk en nog zinvol ook!

Als laatste is het belangrijk te beseffen dat kinderen kijken naar hoe jij als ouder de dingen aanpakt, dus geef ze het goede voorbeeld. Spreek regelmatig met vrienden af of onderneem iets met andere gezinnen. Uit onderzoek is gebleken dat met name vaders een belangrijke voorbeeldrol spelen in hoe kinderen contact maken met de buitenwereld, dus vaders: zet ‘m op! ;)